Phase 2 Analyse situation (Collect , analyse and describe relevant information about the context of the (new) curriuclum)

In de analyse fase nagaan: wat houdt die wens feitelijk in, in hoeverre doen ze het al en in hoeverre lukt het nog niet, zijn er al ideeën wat men zou willen. En daarna wat kan je van elders gebruiken, enz

Wat zijn de wensen en problemen en hoe kan je die aanpakken gecombineerd met wat zijn de waardevolle zaken in het bestaande en omliggende onderwijs. Zoveel mogelijk leren van anderen!

To be able to (re)design a curriculum you need information about the context  and the main characteristics of the curriculum. You can compare this with the information you need of you build a house: description of the system for the electricity, water, heating and of course also the structure of the building (the building should withstand wind, rain, low and high temperature, earthquakes etc. These systems will be combined in a nicely designed building with all kind of qualities.

For a curriculum you need insight in:

  1. the main aims, competences  and the more detailed objectives or sub competences which should be mastered by the students
  2. the relevant subject matter: compulsory and electives
  3. tests to be used
  4. didactical principles to be used
  5. detailed information of the expected work situation(s): tasks, working attitudes, developments (and their consequences), typical work situations and -problems
  6. experiences and opinions of the teachers and the management about higher  education
  7. entry level of the expected students
  8. available infrastructure
  9. official criteria (EU, NVAO, educational institute, faculty, …)

but also

  1. similar curricula: study guides, etc
  2. relevant learning psychology and disciplinary didactics how to learn the aims/competences, professional attitudes, …
  3. possibilities at the labour market
  4. other information needed for the NVAO and the other Committee

Analyse:

In the phase analyses you continue with collecting information form the context. From expirence a number of instruments have to be used: task analyses, didactical concept, standaard quality criteria, solving specific problems. If already documents exist these documents has to be updated.

Essential is that the various analyses are coherent which other! This is an easy but confronting way to check your own analyses

 

Je hebt de basisstenen nodig. Deze zoek je eerst: Dit is een kern je moet wel weten met welke stenen je kan spelen en hoe die samenhangen. Invoeren van veranderingen en moderniseringen gaan dan meestal makkelijker. De kern van een verandert meestal toch niet, wel de toepassingen en nieuwe franje. Het is het zoeken van een startpunt dat je zoekt als ontwerper (welke startpunten, factoren, ideeën, observaties, beliefs, obsessies).  Soms moet je een bestaande beschrijving van de situatie opnieuw analyseren. Levert soms verrassende ideeën op.

Het vormen van een idee van het probleem/wens en  formuleren van criteria waaraan het product moet gaan voldoen. Welke functies moet het product gaan vervullen  (de criteria worden gedurende het proces steeds preciezer en completer geformuleerd, de specificaties omvatten de beslissingen in welke richting de oplossing gezocht wordt).

  • Input en output analyse,
  • Indelen product in logisch eenheden om uit te werken,
  • visitatiecommissies/kwaliteitszorg): trends, wensen, ervaringen beroepenveld, kz-resultaten.???
  • Scope van het project (mission statement: welk product, hoe wordt het gemaakt en in welke hoeveelheden, targetmarkt: welke opleiding, welke basisvakken, welke functies in de arbeidsmarkt, welke verwachtingen/eisen/problemen/knelpunten, hoeveel studenten, hoeveel docenten, KZ-systeem, onderwijsvisie instelling, …, …
  • De specificaties voor het product worden geformuleerd, maar met voldoende ruimte voor productontwikkeling (anders is er geen ontwerpfase nodig, of er is een onoplosbaar probleem)
  • De constraints waarmee rekening gehouden moet worden: rendement 70% en 90%, voldoende belangstelling van studenten en beroepenveld/maatschappij, acceptabel voor het CvB, faculteitsbestuur, opleiding, docententeam, doelmatigheidscommissie en de NVAO, mogelijke inzet docenten, fysieke mogelijkheden,
  • Opstellen projectplan

Je werkt steeds aan versies die je weer verbetert. je divergeert en convergeert. Define carefully needs of the client, specificatie van the targetgroup (entry level) explore possible ideas, select the best idea( isnhet uitvoerbaar: form a concept/principle for this curriculum. nagaan hoe je bepaalde ideeen of problemen kan oplossen.

Various methods can be used in the project to support making the analyses: brain storm, spiderweb, study days, …, ….

Because of the planning of change you have to involve the various stakeholders to check your ideas and to get aditional information and ideas.

Subactivities

  1. Verhelderen van de onderwijskundige vragen, verwoorden van de aanleiding voor het project. Deel kunnen het wensen zijn van ervaren docenten, deel van de onderwijskundig adviseur. En deels mogelijke oplossingen voor bestaande problemen in het lopende onderwijs:
  2. Problemen/situaties zijn  vragen van studenten, wensen docenten, problemen uit de kwaliteitszorg/visitatie, wens beroepenveld/maatschappij om een groep studneten te scholen voor X. De scholingsmogelijkheden die aangeboden worden moeten voldoen aan de criteria van de certificering. (of die van de opdrachtgever: CvB, faculteitsbestuur, opleiding, …) worden gecertificeerd
  3. Starten vanuit de vakinhoud (Irrigatie)( welke contents heb je nodig om een curriculum te kunnen ontwerpen), starten vanuit de evaluatie (interviews, literatuurstudie e.d.), starten vanuit een taakanalyse?. Dit combineren met eigen ideeën (issues) die gebruikt kunnen worden in het project. Een belangrijke bron van aanpassingen, nieuwe ideeën. Bijvoorbeeld de eisen die aan succesvol onderwijs gesteld worden. Succesvol onderwijs heeft de kenmerken van goed onderwijs. Vraag is welke keuze maak je om de principes uit te werken. Starten met competenties?
  4. Hoe kom je aan de competenties? De oeroude aanpak van een taakanalyse werkte weer. Beter uitgekristalliseerd. Wat zijn de problemen, wensen en nieuwste ontwikkeling. En natuurlijk het beschrijven van de basisleerstof. Probleem is dat je niet in de doelstellingen moet verdrinken: beter is kwaliteitscriteria te formuleren voor de scriptie, een stage een project. De competenties moeten zo beschreven zijn dat je daar de criteria logisch uit af kan leiden of aan kan laten sluiten. Van deze criteria hebben de docenten en vakmensen vaak een goed inzet. Zie de ervaringen bij verpleegkunde of de eindeloze hoeveelheid vraagstukken/ziekteproblemen die een huisarts moet kennen. (een aparte post)
  5. Je kan alles terugbrengen tot een beperkt aan competenties of hoe je ze noemt en een aantal inhoudelijke gebieden. Allebei moeten logisch passen wat de vakmensen vinden. Een goede check. Immers zij zien snel wat je als buitenstaander gemist hebt. Vaak kan je iemand vinden die het je allemaal uitlegt!!! Advies van mijn oude leermeester Earl.Ander probleem was de niveaus van beheersing van competenties Pas later via het hlo en eerdere pogingen ,inclusief de LO. met hun rubrics
  6. Maken van een functiestructuur van het product en de onderdelen   ervan die nodig zijn om de externe functie te kunnen vervullen. (program of requirements). Verschil tussen de formele vakkennis van de ingenieurs en die van de gebruikers. Belang van vaardigheden. Belang analyse beroepspraktijk: gebruik van taakanalyse, vakinhoudanalyse. Ruimte nemen voor didactiek die anders is dan verwacht (case study voor Buginese key farmers: intensieve discussie van 1 dag). Een systematische analyse van de beroepspraktijk (ontwikkelingen, thema’s, e.d.: Het handig formuleren van eindtermen, het opstellen kader voor modules, eerste aanzet tot leerlijnen. Hoe een modulair curriculum maken.
  7. Rekening houden met verschillen tussen disciplines (artikel X, Entwistle, vakdidactiek???)
  8. Voldoen aan eisen van de NVAO en van de eigen onderwijsorganisatie. Dit zijn de standaard onderdelen van een curriculumbeschrijving, duidelijke relatie met de beroepspraktijk, met
  9. En zoeken naar een logische ordeningen, omdat men deze beter op hun waarde kan beoordelen. Gevoelsmatig en/of uit de ervaring weet men vaak al wat belangrijk is, maar kan het moeilijk verwoorden: hier zorg je voor met een logische indeling.
  10. Didactisch concept helder opschrijven: die stap werd pas later gezet als resultaat van deelname aan een visitatie voor geneeskunde. Je zag daarin weinig terug van de didactiek. (nog steeds trouwens: men is goed in het achterhouden van de echte kwaliteit.) Het didactisch concept helpt om de bestaande goede voorbeelden en van elders en de wensen van de docenten in een logisch geheel te praten. Als je dit en dit wil moet je het wel zo en zo aanpakken. (een aparte post)
  11. Volgende stap is om de leerlijnen verder uit te werken en dit terug te laten komen in het didactisch concept en de competenties. Op een veel concreter niveau kijken naar de leerprocessen. (een aparte post)
  12. Maar ook voor de opbouw van het curriculum duidelijke aanwijzingen. Maken van een eerste schema/blauwdruk: Je gaat dan qwel naar de fase Synthese, e.d.
  13. En nu de koppeling van studiesucces. De algemene principes zijn wel duidelijk. In de didactische concepten kan je ze logisch inpassen, maar dan moet je wel goede eindtermen en andere beschrijvingen hebben zodat je kan kiezen waar je accenten kan leggen.
  14. Ontwikkeling op vlak kennis: Threshold concepten. Concepten die echt moeilijk zijn en die je stap voor stap beter leert begrijpen. Hier is aandacht voor nodig.
  15. De verschillende modellen voor een curriculum hebben hun eigen kwaliteitscriteria. Deze verzamelen, liefst onderbouwd met good practices, bezoek aan gebruikers, e.d.

 

En verder voor het HBO

  1. Bij het hbo werkte dat prima via de competenties die door het beroepenveld waren vastgelegd: he haf aan wat van de afgestudeerden verwacht werd. In het didactisch concept geef je aan wat dat dan voor het onderwijs gaat betekenen.

 

En verder voor het WO

  1. Maar de toepassing op universiteit. Competenties? We zijn geen beroepsopleiding. Maar feitelijk valt dat wel mee. Wat moet een onderzoeker goed kunnen en wat is belangrijk als hij gaat werken. Hij leert als onderzoeker belangrijke vaardigheden en attitudes, daarnaast zal hij een aantal praktische zaken moeten leren om de overgang naar de latere beroepsprakrijk te vergemakkelijken (ahv keuzen studenten!!!)
  2. De oplossing kwam via de zelfstudie van de LO. Uitleg van je principes en de uitwerking naar de consequenties voor de praktijk. Toegepast bij geneeskunde in de zelfstudie, daarna bij informatica en later TN. Hierbij eindelijk de fasering in de competenties verwerkt. Dit sloot mooi aan bij het denken in leerlijnen en het afstemmen van de ontwikkeling va de studenten qua inhoud wb competenties. Maar de laatste stap werd niet door LO gezet, naar mijn smaak
  3. Het veel strikter gebruiken van onderzoek bij onze adviezen krijgt veel meer accent (mede op basis van de promoties van Gerda en Roeland. Uitgewerkt op de website: belangrijke bron van ideeën voor curriculumontwikkeling

 


Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *