Innovatie van het onderwijs is zelden gemakkelijk

De veranderkundige aspecten van curriculumontwikkeling krijgen in dit boek alleen zijdelings aandacht. Vooral de onderwijstechnische kanten van het herontwerpen van een opleiding zullen naar voren komen. In de praktijk blijkt echter steeds weer hoe moeilijk processen van onderwijsverandering verlopen. Vaak komt dit doordat het projectteam en het management veel te ver voor de rest van de docenten uit lopen in de ideeënvorming en acceptatie van de noodzakelijke veranderingen. In dergelijke situaties loopt het meestal ergens spaak. Het docententeam kan weigeren om mee te werken, of de docenten vertalen de veranderingen maar in beperkte mate in hun onderwijspraktijk. Het blijft dan vaak bij cosmetische veranderingen. de Cruciale vragen in het proces van het herontwerpen van een opleiding zijn dan ook: wanneer beslist wie over de nieuwe opzet van het onderwijs en wat is de rol van de docenten daarbij. In het algemeen blijkt dat het vroegtijdig meepraten van en medebeslissen door docenten veel van de latere problemen en weerstanden voorkomt. In een vroegtijdig stadium kan namelijk nog constructief omgegaan worden met de voorwaarden waarop de docenten mee willen of kunnen gaan met de veranderingen. Bovendien kan, als er goede redenen zijn om de veranderingen niet door te voeren, het oorspronkelijke onderwijsprobleem dan vaak nog (zonder gezichtsverlies) op een andere manier aangepakt worden. Ook hier wijst de praktijk vaak uit dat docenten geïnteresseerd zijn in onderwijsvernieuwingen. Uiteindelijk hebben zij niet voor niets gekozen voor het (hoger) onderwijs!

Een belangrijke en in de praktijk vaak essentiële voorwaarde om te komen tot het herontwerpen van een opleiding is dat van verschillende kanten sterke druk wordt uitgeoefend om het onderwijs te verbeteren. Deze druk kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door evaluaties, het visitatierapport, forse vernieuwingen binnen het vakgebied, specifieke wensen vanuit het beroepenveld, nieuwe medewerkers (docenten en/of management), verandering van de organisatie, concurrentie of negatieve publiciteit.

Enkele punten die het werken in curriculumprojecten stimuleren, maar helaas wel eens vergeten worden, willen we hier nog graag noemen:

  • Het goed en vroegtijdig informeren van docenten.
  • Het bespreken van tussenproducten met de docenten. Een tijdelijk bulletin, een website en daarnaast studiedagen zijn hiervoor goede mogelijkheden.
  • Het projectmatig werken in docententeams. Er zijn vele werkzaamheden die zeer goed door het docententeam kunnen worden uitgevoerd.
  • Het werken met experimenten om nieuwe onderwijsmethoden uit te proberen. Docenten krijgen hierdoor een beter beeld van wat hen te verwachten staat, hoe studenten op de vernieuwing reageren en wat de opbrengst kan worden.
  • Het reserveren van voldoende tijd voor de docenten die het nieuwe onderwijs moeten uitwerken (inclusief ondersteuning door een secretariaat). De hoeveelheid ontwikkeltijd is groot. Docenten hebben hier meestal eigenlijk geen tijd voor. Veranderkundig is het een goed besluit als het management voldoende tijd ter beschikking stelt. Pragmatische oplossingen die in de praktijk toegepast worden: het vrijroosteren van dagen in de week, het inkorten van de contacturen en dergelijke.
  • Een grote betrokkenheid van het management. Zij zullen de veranderingen moeten stimuleren en mogelijk maken.
  • Een procesmatige ondersteuning van het traject (advies, scholing, uitvoeren van secretarieel werk en andere innovatieactiviteiten).

In deze paragraaf zijn we kort ingegaan op de veranderkundige aspecten bij het herontwerpen van onderwijs. In de volgende paragrafen worden de elf herontwerptaken achtereenvolgens besproken.


Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *